俳句

Haiku

(Haiku is een Japanse dichtkunst

Ik ben gn Haiku dichter
Ik schrijf geen Haiku
Ik gebruik de vorm

mijn grote nederige dank
aan de Japanse Haiku dichters)

Ik ben berhaupt geen dichter,
het neer leggen van gedachten in woorden
schept ruimte in me -

Ik lees graag pozie
pozie verrijkt mijn leven!

 

 

 

 

ijver heeft gefaald
geen hartslagen die stokken
de tijd waaiert uit

benen bewegen zich voort
het hoofd mag mijn leven voeden

                                                               - 2IX'18

 

 

 

wolkje neemt me mee
in de warmte van de zon
wordt zij geboren

condensatie heet het spel
druppels stijgen uit de lucht

illusie, is zij een droom?
echt mag zij wezen in mij

wind verplaatst haar in de tijd
droom ik haar, een illusie?

mijn hart ligt in het wolkje
ik ga dromen ~

23XI'18

 

 

stok en een been van
bewegen te samen voort
eenzaam in het hart

het hoofd huist geen vrije wil
het lijf verslijt in de tijd        

dromen in wolken vliegen
troostende geborgenheid

                                                                                         25XI'18

 

het hart mag stromen
zuiver mag de liefde zijn
denken verdampt 'haar'

stille leegte is ontstaan
verder herinneringen
2XII'18                                                       


geen lege plek te vullen
leegte laat zich omarmen

ervaar een zwaarte in mij
het hart leert om te 'leven' -

                                                                          7XII'18

 

De wereld is mooier met jou!

 

 

 

 

 

oorspronkelijk mensch
waar huist zijn waarachtigheid
mensch mag gaan zoeken

de werkelijke wereld
verlaat hij stilletjes na -

hallucinerend                                                                               
zwemmend, zwemt de zwemmer                                    
naar zijn brandpunt,
zijn beeld,
                  zijn luchtweerspiegeling

aankomend                                                              
afzwakkend zwemslag                                               
                                 verplaatst zijn brandpunt
nieuwe cordinatiepunten vastgelegd                                                      
                                                                           zwemt hij wederom verder

naderend                                                                
afzwakkend zwemslag                                            
                           verplaatst zijn beeld zich
                                                                      zich vergissend,
                                  afvragend

wat scheelt aan zijn beoordelingsvermogen                                                         
                                   kompas bijstellend
verder zwemmend                                        
herhalend,               
        verdwijnend luchtweerspiegeling

         de zwemmer zijn inzichtelijk vermogen
is gedesorinteerd                                                              


langzaam                                                                                                          
zwemt hij verder onder de zeespiegel
zinkend afvragend                                 
 in een bodemloze zee

                                                   -zeemensch

 

zee, ik kom
kom zee, ik
ik kom zee -

 

mensch beweegt zich vrij
binnen de rimpelingen
uit aarde maan zon

 

 stilte
 zee stilte
 stilte zee stilte
 zee stilte zee stilte
 stilte zee stilte zee stilte
 zee stilte zee stilte zee stilte
 stilte zee stilte zee stilte zee stilte
 zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte
 stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte
 zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte
 stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte
 zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte zee stilte

 

 

 

zoet is het leven
zacht is de lach
                                       - levensbloem
zuiver is de liefde
zilt de traan
                                      - zeemensch

 

al tijd stil lenig
beweeg ik door het leven
ziek zijn is eenzaam

 

 

 

 

 

ik mensch beweeg stil
over het zichtbare zand
de zee kijkt me toe

 

de zee beweegt zich
ongebonden zucht de wind
aarde mag er zijn

 

 

 

 

de stok neemt me mee
te zijner tijd naar de zee
drijvend blijft ze ~ ~ ~

 

zee zingt zuiverend
zilt tegen de winden in
mooi zo mogen zijn
 

 

 

zandkorrel verplaatst zich
verdwijnt stil in een oester
groeiend tot parel -

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wit licht spreidt zich uit
vlinder vleugels verbleken
zwart gat vangt ze op -

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

stel je zucht
zacht n zilte zoen
in n schelp
 
je werpt de schelp in zee
de zee neemt de schelp mee
werpt haar elders op t strand
 
stel je vind n schelp
hou haar vast
dan voel  je
hoe n zilte zoen 
zacht n weg zoekt
naar je lippen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zeemensch zwemt niet meer
'de' multiple sclerose
zwermt in zijn lichaam

mensch blijft uit de zee
nu op het oer bewegen
verder gaan lopen

werk aan een vrij 'hoofd'
hersenen mediteren
filosofie leert -

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zeepokken dansen
mee op het schilpaddenschild
stenen hout en schelp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

stilte zwijgt tussen ons in
langzaam dalen we weg
in voorbij gaande dromen
stil klopt mn hart in leegte
gevuld door beelden van haar
haar geluid, haar geur, haar lichaam
stilte begraaft ons in toen
toen wij samen waren
naast elkander vooruit keken
stil zijn we samen geworden!

 

 

 

 

als ik de zee in loop
wordt n dwang in mij
bevredigd en ik tot rust gebracht
als mijn lichaam zich
overgeeft aan t water wordt
t getinteld en ik tot rust gebracht
als ik zwem richting t oneindige einde
wordt mijn blik leeg
getrokken en ik tot rust gebracht
als ik drijf op mijn rug met
mijn hoofd in t water wordt
stilte de baas en ik tot rust gebracht
als ik tot rust ben gebracht
droom ik van n leeg hoofd
in n week lichaam
dat door de zee tot rust is gebracht

 

 

 

 

 

 

op de pier nadert de wandelaar
het einde, waar de meeuwen wachten
op dat de vloed hen weer wegdrijft
van hun eten, hun tafel ververst,
de meeuwen gaan schreeuwen naar
de naderende wandelaar, hij schrikt
wakker uit zijn spiegelende gedachtes
geschonken door de aanschouwing
van de zee, glijdt uit op de groene
basaltblokken, zijn doodshoofd scheurt,
opent en zijn
zijn glijdt uit zijn lijf, de meeuwen
vliegen op, dalen weer neer,
langzaam naderen zij de liggende
wandelaar, tafelen verder
tot de zee de pier in beslag neemt

 

 

 

 

 

 

 

 

woorden doorweven
de kamer voor dat zij komt,
vallende stilte

 

 

 

 

 

vallende stilte
omsluit geluidloos zijn mond
al verdrinkend in

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

stel je fluistert
de liefste woorden in n schelp
je werpt de schelp in zee
de zee neemt de schelp mee
werpt haar elders op t strand

stel je vind n schelp
houd deze tegen je oren
dan fluistert zij
de allerliefste woorden

ik hou van jou!

 

 

 

 

 

in n droom
loop ik aan de binnenzijde
van n zeepbel
ik zie dat mensen mij zien
lopen op de zuchten van de wind
als n hamster in zijn wielrad
doch ik verplaats me
naar voren en hoger
hoger dan de wolken
dichtbij naderende zon
ik voel de bel om me heen
oplossen als zeep oplost in t water
even hang ik in de lucht
gewichtloos
gelijk als bij t weer omhoog vallen
binnen n bungeesprong
zon moment van volmaaktheid
n zijn met alles
dan val ik
lang en diep
vooral lang
graaiend om me heen probeer ik lucht
te vangen en te versmeden tot iets kostbaars
doch dat lukt niet
ik word nat, niemand ziet me meer


                                                       . . . . . . . . . . . . .



bafffff . . . . . . .






                                              35cm lager word ik wakker!!

 

mistig mag het zijn
helder jij in mij zij
stralend de dag in

schrijf je droom op!


n droom!
mn droom!
heb ik n droom?
wat is n droom?

n illusie?
n verlangen?
n lang gekoesterde wens?
n handvat voor t nu?
n troostbaken?
n handvat voor t nu?
n lang gekoesterde wens?
n verlangen?
n illusie?


wat is n droom?
heb ik n droom?
mn droom!
n droom!


schrijf . . . . . . . . . . !

 

 

luchtbellen
zeepbellen
droombellen

blaas 'n droom,
laat 'n droom gaan!

 

al dromend dicht ik n gedachte
n gedachte laat zich (dichten) verbeelden
dichtend verdwijnen woorden in n droom
beeldend wordt de taal in genomen
mijn gedachtes laten zich parkeren
op n plek waar ik niet meer bij kan
hier moet ik de taal loslaten en me overgeven
kan alleen nog maar zijn in dromen

 

t strand is bezaaid met flessen, uit zee
wit, geel, groen glas, etiketloos, met kurk
gevuld met brieven vol dromen
dromen van en over de ander
de ander neemt n fles, opent
leest de brief vol dromen
over hem, over haar, over hen
zilte tranen glijden naar beneden
illusies verdrinken in ongeboren gedachtes
iets laat zich even voelend zien
voordat het weer weg kruipt,
de fles wordt meegenomen, ook de brief
de laatste veranderd boven op t strandpad
in n propje, de fles stort neer in de glasbak
leeg lopen zij samen naar huis

 

 

 

 

droom                         
droom ze                     
droom zee                   
zee         
zee zilt    
          zilte zoen
                    zoent ze
                                      ze droomt
                                               droomt ze?

in mijn mooiste droom
lig ik in zee
in n zee van stilte
schommelt mijn lichaam
mijn hoofd
op t timbre van t water
neemt de tijd me eindeloos mee
in n diepe toekomende tijd
welke k niet ervaar
t is
't is er
meer is er niet
dan t is
t is



in mijn mooiste droom
glijd ik zinkend naar de bodem
zo ongelooflijk tijdloos geleidelijk
't is niet te bevatten
zo gewichtloos ik neer daal
in t water
in de zee
blijf alles zien
tegelijkertijd zie ik niets meer
kleuren omarmen mijn lichaam
mijn lichaam vervaagt in t water
stiller wordt alles
langzaam valt mijn lichaam uit een
valt in druppels
de druppels van mijn lichaam
versmelten met de druppels in de zee
langzaam
snel
geen tijd speelt nog n rol
geen tijd neemt me mee
geen tijd bepaalt mijn tijd
geen tijd
geen tijd
geen tijd
geen tijd




in mijn mooiste droom
ben ik de zee
ben ik verdwenen in de zee
ben ik de zee
ben ik opgenomen in de zee
ben ik de zee
ben ik verdronken
verdrink ik in de zee

in de onbegrensde, meedogenloze, hartstochtelijke, inktzwarte, transparante, helblauwe, zoute, golvende, onstuimige, tedere, oneindige, grillige, mooie, turquoise, zilte, stormachtige, eigenzinnige, vermorzelende, vragende, dode, onvoorspelbare, tijdloze, rode, schuimende, zoekende, innemende, altijd aanwezige, integere, aantrekkende, afwachtende. . . . . . . . . . . . .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de ene dichter observeert
en legt de wereld om hem heen neer
in prachtige zingende zinnen,
woorden die dansen in de golven
van het gedicht.
de andere dichter zwemt
in zijn hoofd vol gedachten
gestoeld op de ontstane wereld
in hem, gefilterd door n zeef
van tijd waarbinnen zij is ontstaan.
beiden trachten de wereld
buiten en in hem te bevatten
met zwijgende woorden
op dansende zinnen.

 

 

 

 

 

 

 

 

de liefde is gelijk
n vrije vogel
welke hoog in de lucht vliegt,
zij laat zich niet dwingen
om bij ons te komen.

zo vrij als n vogel
hou k van jou!
vertel, wanneer k morgen
doodga,
aan de vogels

hoeveel k van je hield!
de liefde is ook gelijk
aan de zee,
ze omringd alles,
zelfs op t land is de zee
in opgenomen druppels
zorgt ze voor ons.
van zilt naar zoet
stroomt t water
liefdevol naar de zee,
waar ze zich overgeeft
aan t zilte . . .

stormachtig stil speelt
ze met je,
de zee,
de liefde.

in beiden vind k rust,
stil gelukkig geef k me over,
eenvoudig verdwijn ik!

langzaam loopt ze naar de zee
kijkt, huilt, is even weg in de verte
langzaam draait ze zich af van de zee
loopt zacht over t strand naar de duin
langzaam daalt ze neer op t zand
ziet hoe de wolken haar passeren
langzaam werpt ze haar zuchten in de lucht
schenkt haar rug n bodem van stof
langzaam sluit ze haar ogen, duikt in t donker
stilte neemt haar lichaam in zich
langzaam glijdt ze weg in n diepe slaap
zachte zilte dromen ontfermen zich over haar
langzaam schijnt de zon over t strandzand
verwarmd geleidelijk haar slapend lichaam
langzaam gaan haar dromen over in beelden
sidderend glijdt de warmte door haar bloed
langzaam verharden haar tepels,
haar rug kromt zich, haar benen spreiden zich licht
langzaam gaan haar handen zoeken onder het stof
wat haar lichaam bedekt tegen de ogen van de meeuwen
langzaam glijden haar vingers over haar borsten,
ontmoet haar hand het gezwollen rotspuntje
van haar eigen zee vol genot
langzaam gaan allen op, in het ritme van de golven
drijven haar gedachtes weg in een sidderende snaar
langzaam verstrijkt de tijd in de niet aanwezigheid
leeg en ontspannen laten allen elkander los
langzaam valt het lichaam in t zand weg
als stof verdwijnt ze in haar gedachtes
langzaam staat ze op, laat haar kleren zakken
naakt gaat ze over t strand naar de zee
langzaam verdwijnt ze in t zilte zoute zeewater

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijn vader is ziek
stiekem ziek
iedereen weet het
behalve ik
ik ben pas vier

mijn vader is ziek
raar ziek
iedereen ziet het
behalve ik
ik heb veel plezier

mijn vader is ziek
boos ziek
iedereen ziet het
behalve ik
ik zie geen zier

mijn vader is ziek
doodziek
iedereen ziet het
behalve ik
ik voel het hier!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

golfslag omarmd                                                                          
de zoekende zwemmer                          
  zacht zuigt de zee
                                                    aan zijn benen
                                                                            nemen
gelaat als                       

laatste naar beneden

beneden weekt zijn lichaam                                                                 
als n sponsje los                               
  smekkend
                           neemt de krab
                                    met zn schaar
                                                  n stukje vlees

langzaam vult het lichaam                                                             
zich met het zoute zeewater                                                
en                                   
glijdt naar boven
                nacht wordt dag

                                                dag zeemensch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zwarte roos
 
waar aan dank je
die intense naam?
 
bij t leven intens rood,
bij de dood intens zwart.
 
gepassioneerd en hartstochtelijk
zuig je blikken op,
drink je intens de blikken op,
gepassioneerd en hartstochtelijk.
 
vanwaar je relatie met de liefde?
vanwaar je relatie met de dood?
 
rood transformeert in zwart,
n zwart vol gloed
liefde klopt in t hart
door jouw passie gevoed.
 
je doornen beschermen
tegen ruwe handen
steken niet
doch vangen ruwheid op
tot bloedens toe.
 
gelijk n hart je laat bloeden,
zichzelf verdrinken in t bloed
gelijk n zondvloed.
 
zwarte roos
 
k hou van je
fluwelen bladeren,
k hou van je
sterke doornen,
k hou van je
volle gloed
k hou van je
diepe schittering
k hou van je
intensiteit
k hou van je
liefde!
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

get a book
go to the mirror
and fuck your mind!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de bodem welke huist
onder de zee in mij
is zich aan t bewegen
t creert n nieuw getij!

n stroom ruist
in de zee in mij
is de bodem aan t vegen
t creert n nieuw getij!

de stilte suist
in de zee in mij
zachte geluiden aan t afgeven
t creert n nieuw getij!

de liefde sluist
in de zee in mij
n zilte weg naar t leven
t creert n nieuw getij!

n nieuw getij bruist
in de zee in mij,
t leven is me dan om t even
niets houdt mij in t leven!